De nieuwe architectuur in Amsterdam Zuidoost: ideologie of oplossing van sociale problemen? Gérard van Tillo
Sinds in de jaren zestig de eerste hoogbouw in Amsterdam Zuidoost werd opgeleverd is er veel veranderd. Het overheersend patroon van de langgerekte, hoog opgetrokken en monotone honingraatflats is doorbroken en grotendeels vervangen, en vooral ook aangevuld met gevarieerde bouw, waardoor het stadsdeel een heel andere aanblik heeft gekregen. Een belangrijke optie van de afbraak van een groot deel van de grote flats, de vernieuwing van de overgebleven oudbouw en de aanvullende nieuwbouw was het oplossen van de sociale problemen die onder meer waren ontstaan doordat in korte tijd een groot aantal nieuwe Nederlanders zich in Zuidoost had gevestigd, en de verbetering van het geslonken imago van het stadsdeel. Vragen die zich opdringen zijn, of deze strategie aan de verwachtingen voldoet, en of nog nieuwe of aanvullende maatregelen noodzakelijk of gewenst zijn.
Stadsdeel Zuidoost | | F-buurt (foto: Hans Mooren) | Toen het Projectbureau Vernieuwing Bijlmermeer in het midden van de jaren negentig nieuwe ontwerpen ging maken voor het toekomstige imago van stadsdeel Zuidoost, bestond de Bijlmermeer uit een vijftal gebouwde omgevingen, aangeduid met de letters D, G, H, K en F, waarvan de meeste woningen ondergebracht waren in grote flatblokken van 9 hoog (H-Buurt), en de genoemde honingraatflats (D, F, G). Verder waren er vier andere wijken tot stand gekomen, respectievelijk Venserpolder, Bullewijk, Holendrecht en Gaasperdam. Venserpolder is een woonwijk die gebouwd werd in de jaren '80 van de vorige eeuw, en ligt ten noordwesten van de Bijlmermeer. De wijk bevat ongeveer 5000 woningen in middelhoge blokken met portiekwoningen van vier of vijf woonlagen gelegen om binnentuinen. Bullewijk, genoemd naar een riviertje met dezelfde naam, wordt omgrensd door de spoorlijn Amsterdam-Utrecht, aan de westkant door de A2, aan de noordkant door de Burgemeester Stramanweg, en aan de zuidkant door de Tafelbergweg.
| | Laag en Hoog Egeldonk (foto: Hans Mooren) | De wijk werd gebouwd vanaf de jaren 80 van de voorbije eeuw, en is ontworpen met de bestemming ‘industrie- en kantoorvestigingen'. In dat gebied liggen onder meer de Amsterdam-Arena en het Academisch Medisch Centrum. Holendrecht ligt ten noorden van de wijk Reigersbos en ten zuiden van Bullewijk. Het bestaat uit grote en hoog opgetrokken woonblokken, afgewisseld door binnenplaatsen met gras en kinderspeltuintjes, en is omgeven door autowegen en parkeerterreinen. De wijk Gaasperdam ligt ten noorden van het riviertje het Gein aan de rand van Amsterdam Zuidoost, en bestaat uit de subwijken Gein en Reigersbos, elk weer onderverdeeld in vier buurten. Voor Gein zijn dat Gein I, Gein II, Geindriedorp, ook wel aangeduid als Gein III, en Gein IV. Ook Reigersbos kent een indeling van I t/m IV. De wijken bestaan uit merendeels rechthoekige woonblokken en straten met laag- en middenhoogbouw. Ze zijn gebouwd rond 1980.BouwstijlenOnder de ontwerpers van wat destijds de Bijlmer Vernieuwing genoemd werd heerste de opvatting, dat de grootschalige woningbouw van de oorspronkelijke Bijlmer de ontstane verloedering in de hand werkte. Niet alleen om de identiteit van de zeer gevarieerde bevolking beter tot zijn recht te laten komen, maar ook om een betere controle te kunnen uitoefenen, werd in eerste instantie gedacht aan kleinschalige woningbouw. Een andere tendens was om grotere bouwprojecten visueel en functioneel in te delen in kleinere units op een wijze, dat functionele totaliteit en visuele kleinschaligheid met elkaar worden verbonden, een bouwwijze die wel structuralistisch genoemd wordt.
| | K-buurt (foto: Gérard van Tillo) | Weer een andere manier om de functionele en massale bouw van de honingraatflats te doorbreken en aan te vullen achtte men een meer organische manier van bouwen, die dichter aansluit bij de natuur en gemakkelijker te variëren is naar de verscheidenheid van culturen die het stadsdeel bevolken. Variatie in woningbouw was dan ook een ander belangrijke onderdeel van het programma. Tenslotte wordt de Bijlmer Vernieuwing op het gebied van stedenbouw gekarakteriseerd door meer geslotenheid met als doel om criminaliteit en verloedering een halt toe te roepen en de veiligheid te vergroten. Hoe verhouden zich deze verschillende ideeën tot elkaar? Wat is er van terechtgekomen? Heeft deze aanpak ook bijgedragen aan het oplossen van de sociale problematiek?Kleinschaligheid | | Bebouwing rond de Nieuwe Stad (foto: Gérard van Tillo) | Om het stadsdeel een vriendelijker aanblik te geven werden in verschillende wijken eengezinshuizen gebouwd aan gewone straatjes, zoals je die aantreft in bijna alle dorpen en steden. Voorbeelden daarvan zijn de woningbouw rond de Nieuwe Stad in de G-buurt, die gebouwd werden in 1993, en de recente woningbouw in de E en F-buurt. In vergelijking met de grote flats lijken het kneuterige huisjes, maar een wandeling door deze straatjes geeft toch een vertrouwd gevoel. Maar omdat door de gedeeltelijke afbraak van de honingraatflats grote groepen mensen gehuisvest moeten worden, is dit een manier van bouwen die teveel grond in beslag neemt en daarom slechts sporadisch wordt toegepast.
Voor de F-buurt en de K-buurt werd door het Projectbureau een plan van aanpak vastgesteld. Beide plannen voorzagen in een partiële sloop van bestaande flatgebouwen en parkeergarages. De nieuwe woonomgeving moet in beide gevallen bestaan uit een mix van opgewaardeerde delen van bestaande flatgebouwen en toegevoegde laagbouw. Omdat de combinatie van hoogbouw, laagbouw, een hoge dichtheid, en de specifieke woonwensen van migranten uit vele culturen hoge eisen stelde werd door het Projectbureau opdracht gegeven voor een studie. Deze ontwerpresearch is vastgelegd in het boekje Op blote voeten door het huis. Een studie naar laagbouw en woonwensen van migranten in de Bijlmermeer (1997). Hierin komen een aantal uit het buitenland afkomstige architecten aan het woord.
| | K-buurt (foto: Gérard van Tillo) | Veel voorstellen ademen de geest van andere culturen, zoals: dichter bij de natuur leven, het gebruik van natuurlijke materialen, transparantie en het benutten van het natuurlijk licht, geen scherpe scheiding tussen binnen en buiten, ruimten waarin de sociale verbondenheid met de buurt tot uitdrukking komt, een geleidelijke overgang van de woningen naar het straatniveau en een natuurlijke inpassing in de omgeving. In deze studie worden de bouwstenen aangeleverd voor de stedenbouwkundige plannen in de F-buurt, de K-buurt, en voor overige vernieuwingsplannen. Nu in de F- en de K-buurt, en langs de Bijmerdreef al een groot deel van de nieuwbouw gerealiseerd is, blijkt er wel een verschil te zijn tussen de hooggestemde visies uit de gemaakte studies, en de realiteit van wat het uiteindelijk geworden is. Soms zijn mooie tuintjes aangelegd, maar die worden dan weer omsloten door zware woonblokken en grote hekken, en multicultureel bedoelde laagbouw lijken dikwijls toch weer op gewone Hollandse straatjes in Vinex-wijken.Structuralistisch bouwen | | Nieuwbouw langs de Bijlmerdreef (foto: Gérard van Tillo) | Het Structuralisme is een architectuurstroming uit de jaren '60, die vooral in Nederland opgang maakte. Centraal hierbij staat het zoeken naar kleinschaligheid in een groter geheel. De stroming wordt gekenmerkt door grote gebouwen, opgedeeld in kleine eenheden. Het begrip structuralisme is ontleend aan Claude Lévy-Strauss, die onderzoek deed naar de verborgen structuren die ten grondslag liggen aan het menselijk gedrag. In de jaren '60 waren er architecten die vonden dat de bouwstijl te steriel was en de geest onvoldoende aanknopingspunten bood. Als alternatief zagen zij een complexe ordening van gebouwen die zelf weer hiërarchisch zijn opgebouwd, zodat als het ware een aparte stad ontstaat als creatieve woonomgeving van de mensen die het complex bevolken. De traditionele bouwwijzen en bestaande sociale verbanden moesten hierdoor doorbroken worden. Een gebouw moest sober zijn in materiaalgebruik en stimulerend van vorm, zodat bewoners het naar hun hand konden zetten en op hun eigen manier zouden gaan gebruiken.
Maar zoals vaker het geval is, kost de uitvoering van originele ideeën veel geld, en zijn daarom niet op grote schaal uitvoerbaar. Overigens hadden de honingraatflats van de Bijlmermeer in hun oorspronkelijk ontwerp veel structuralistische elementen. Zo waren er per flat delen van verschillende hoogte, zodat een gekartelde skyline zou ontstaan. Ook waren er aan het begin van elke flat torens gepland, waardoor een geheel zou ontstaan met meer structuur, spanning en afwisseling. Verder heeft men overwogen de delen van een flat hoeken te laten maken van verschillende grootte, zodat het honingraatpatroon doorbroken zou worden. Maar al deze variatie is in het definitieve concept wegens de kosten geschrapt. Voor de torens aan het begin van de flats werd geen vergunning verleend door de Provincie, omdat op deze wijze teveel mensen in één complex zouden worden ondergebracht. Wel is dit idee later toegepast voor de vier woontorens langs de Karspeldreef, en bij de woontoren vóór Grubbehoeve, die als onderdeel van het kerk-complex De Kandelaar langs de Bijlmerdreef geplaatst heeft. Wat de honingraatvorm van de flats in de Bijlmermeer betreft, zijn de hoeken die de flatdelen maakten ten opzichte van elkaar afhankelijk gemaakt van de grootste hoek die een bouwkraan kon maken, omdat het te duur werd om de kraan in een andere positie te brengen.
| | Groenhoven (foto: Gérard van Tillo) | Voorbeelden van projecten met een meer consequent structuralistisch ontwerp zijn Gouden Leeuw en Groenhoven, waarbij de verschillende woontorens ongelijkmatig zijn geschakeld en met een gang met elkaar zijn verbonden. Hierdoor ontstonden onverwachte binnentuintjes en gebruiksruimten, die een beroep doen op de creativiteit van de bewoners om ze ergens voor te gebruiken en er iets van te maken. De variatie in hoogte van de torens is daarbij gehandhaafd. Ook de interieurs bieden veel mogelijkheden voor creatieve bewoners, omdat de wanden uitneembaar zijn en er andere indelingen mee gemaakt kunnen worden. Beide projecten zijn eveneens voorzien van gemeenschappelijke ruimten zoals een sportzaal en vergader- en ontspanningsruimten, waarin een buurtcafé is ondergebracht. Gouden Leeuw en Groenhoven zijn echter duurdere projecten, die destijds door de gemeente zijn gebouwd in de verwachting dat het gegoede personeel van de bedrijven uit Bullewijk, zoals bijvoorbeeld artsen van het AMC, er dure appartementen zouden huren om de werkweek door te brengen. Dit werd echter niet bewaarheid met als gevolg, dat de woningen lang leeg hebben gestaan, en na verloop van tijd met een fikse korting door de gemeente verkocht zijn. Vergelijkbare variaties in de woningbouw zijn te vinden in het project Nellestein langs de Gaasperplas, en in de woningblokken in en ter hoogte van het winkelcentrum De Amsterdamse Poort.Organisch bouwen | | ING Bank van binnen van buiten foto: Hans Mooren) | Behalve het Structuralisme is er eveneens sporadisch nog een andere stroming toegepast die zich keert tegen het functionalisme. Dit betreft de meer expressionistische stroming van het organisch bouwen, gebaseerd op de ideeën van de antroposofische beweging en de Jugendstil. Eigenschappen van deze stroming zijn een plastische vormgeving, het gebruik van natuurlijke materialen zoals hout en baksteen, aan de natuur ontleende, vaak vloeiende vormen, milieubewust bouwen en integratie met de natuur. In de projecten keert vaak de structuur van de vijfhoek terug, en er wordt geen wit, zwart of grijs gebruikt, maar alleen de regenboogkleuren. In de Amsterdamse Poort geldt als zodanig het voormalige hoofdkantoor van de Ingbank, ontworpen door de architecten Ton Alberts en Max van Huut. Het werd in 1987 door de NMB Bank gebouwd en bestaat uit tien geschakelde torens van 6 tot 8 verdiepingen, waarbij aan de buitenzijde vrijwel geen verticaal vlak te vinden is.
| | Station Bijlmer Arena (foto: Gérard van Tillo) | Elementen van het organisch bouwen zijn ook toegepast bij de vernieuwing van de Bijmerflats die voor sloop behoed gebleven zijn. Daar zijn soms voor de lagere etages gebogen vormen toepast om de monotonie van de strakke horizontale lijnen te doorbreken, zoals bijvoorbeeld bij de H-flats langs de Karspeldreef. Een ander voorbeeld van partiële organische bouw is het station Bijlmer Arena, waar veel glas is toegepast, in de dakconstructie veel hout is gebruikt, en de gebogen lijnen overheersen. Op verschillende plaatsen in Zuidoost zijn in middels ook andere gebouwen en woningblokken neergezet die dergelijke kenmerken vertonen.GeslotenheidKarakteristiek voor de bouw van de Bijlmer Vernieuwing zijn de gesloten woonblokken en de gescheiden toegangen per woning, zelfs in de nieuwste projecten van de F-buurt. Dit geldt ook voor nieuwere publieke voorzieningen zoals het Winkelcentrum Ganzenpoort. Deze bouwwijze komt tegemoet aan een van de belangrijkste opties van de Vernieuwing, namelijk het verhogen van de veiligheid en het vergroten van de controlemogelijkheden. Dit staat op gespannen voet met de transparantie en de vloeiende overgangen van binnen naar buiten, en het creëren van sociale ruimten, wat de architecten van het Project Bureau voor ogen stond. Wel zijn er pogingen gedaan om enerzijds de garantie van veiligheid en anderzijds de behoefte aan sociaal contact met elkaar te verzoenen. Voorbeelden daarvan zijn het pleintje en de brede wandelboulevard langs de winkelgalerijen van Winkelcentrum Ganzenpoort. Een ander voorbeeld van compromissen is de besloten koophal in Winkelcentrum de Poort, die aan de buitenkant goed af te sluiten en te controleren is, maar aan de binnenkant meer het karakter heeft van een markt. In Winkelcentrum Ganzenhoef is dat niet het geval. Hoewel je de koopwaar van veel winkels daar op een markt zou verwachten, zijn die ondergebracht in traditionele winkelpanden. Wel wordt bij veel winkels de boel dagelijks buiten gezet, zodat je toch weer het idee krijgt van een markt of een braderie. De echte markt heeft in Zuidoost een belangrijke functie. Waar die gehouden wordt komt de multiculturele samenleving pas goed tot leven. Doelmatigheid | | Bijlmerparktheater (foto Hans Mooren) | De vraag is, of het stedebouwkundig aspect van de Bijlmer Vernieuwing aan de verwachtingen heeft voldaan. Op de eerste plaats kan worden vastgesteld wat we eigenlijk al wisten, dat je met bouwen de sociale problemen niet helemaal kunt oplossen. Ook in het vernieuwde Zuidoost is er nog steeds criminaliteit, druggebruik, werkloosheid en vandalisme. Maar de nieuwbouw heeft er in combinatie met andere maatregelen toe bijgedragen, dat de situatie meer controleerbaar en de problemen meer beheersbaar zijn geworden, zodat Zuidoost wat de negatieve kenmerken van stedelijke omgevingen betreft niet verschilt van de andere Amsterdamse stadsdelen. Daarbij moet men er oog voor hebben, dat criminaliteit, druggebruik en vandalisme zich snel kunnen verplaatsen. De metro vervoert in dit opzicht niet alleen mensen, maar ook problemen. Het is bijvoorbeeld opvallend, dat wanneer de ongeregeldheden in vernieuwde buurten afnemen, zoals bijvoorbeeld destijds rond Winkelcentrum Ganzenhoef, het op andere plaatsen weer toeneemt, zoals dat toen het geval was in de K-buurt en in Holendrecht. Een dergelijke wisselwerking is ook voorgekomen tussen Zuidoost en de binnenstad van Amsterdam. Als daar het beleid stringenter werd, verplaatste de problematiek zich naar de Zuidoost, en andersom. Verder is de Bijlmer Vernieuwing er in geslaagd om het imago van het stadsdeel te verbeteren en de interne doorstroming van goedkopere naar duurdere woningen te bevorderen. Toen de eerste grote flats werden afgebroken, was er nog weinig keuze in woningen en moesten veel bewoners vaak tegen hun wil de Bijlmer verlaten. Momenteel zijn er meer keuzemogelijkheden, zowel voor koop- als voor huurwoningen, en kan iemand die dat echt wil er in de meeste gevallen wel een plekje vinden. Wel is er nog veel te doen als er ook naar gestreefd wordt het aanbod aan woningen aan te passen aan de woonwensen van de vele culturen die er gevestigd zijn, temeer omdat die wensen vaak niet alleen betrekking hebben op de aard en kwaliteit van de woning, maar ook op de woonomgeving, de buurt en de mensen die men daar wil ontmoeten.Voor de wording en eerste ontwikkelingen in de Bijlmer zie onder meer: Gérard van Tillo, Levenskunst in de Bijlmer. Mozaïek van een multiculturele samenleving, Edmund Husserl-Stichting/Uitg. Kok, Amsterdam-Kampen, 1998,ISBN 90 242 9337 5. (uitverkocht, maar te vinden in bibliotheken) Gérard van Tillo is em. hoogleraar Godsdienstsociologie aan de Universiteit van Amsterdam Opmerking door Bekend bij de redactie over 2010-07-22 09:29:59 Ik was gecharmeerd door het artikel van Gerard van Tillo. Ik heb het nodige in die omgeving zien gebeuren en hoop dat de politici en andere beleidsmakers leren van de milde maar zeer juiste kritiek van Gerard. |
|